Hypotheekverstrekker
Het woord hypotheekverstrekker is een synoniem voor bank. Bij een bank kun je echter meer dingen doen: zoals bankieren en sparen. Waar wordt gesproken over hypotheekverstrekker, wordt écht bedoeld: de bank als de verstrekker van de hypotheek.
Woord hypotheekverstrekker klopt niet
Zou je specifiek kijken naar de betekenis van het woord hypotheekverstrekker, dan klopt het niet. Formeel wordt met ‘hypotheek’ nog altijd bedoeld: jouw huis als onderpand van de hypothecaire lening.
Wil je een huis kopen, dan heb je een hypothecaire lening nodig. In ruil voor die lening neemt de bank een ‘hypotheek’ op jouw huis. Kun jij je lening niet terugbetalen, dan heeft de bank het recht om jouw huis te verkopen.
Hypotheekgever en hypotheeknemer
Banken en adviseurs spreken, in officiële stukken, altijd van een hypotheeknemer en hypotheekgever. De hypotheeknemer is de bank. Deze neemt het recht van hypotheek (onderpand) op het huis van de koper. De koper van het huis geeft juist het recht van hypotheek (onderpand).
“Hypotheek” of “hypothecaire lening”
Vrijwel niemand heeft het tegenwoordig meer over een ‘hypothecaire lening’. Iedereen bedoelt in spreektaal met ‘hypotheek’ juist de lening en niet het recht op onderpand. Op vandale.nl zijn beide omschrijvingen goed. Een hypotheek is het onderpand voor een lening, maar ook de lening zelf.