donderdag 09 september 2010
Barometer Woningmarkt

september 2010

20,2
Nadeel Koper
7
Voordeel Koper
20,2
0
14
Hypotheektarieven

Laagste rente vandaag

Variabel 2,80    
1 jaar 2,70 15 jaar 4,30
5 jaar 3,50 20 jaar 4,35
10 jaar 4,15 30 jaar 4,65
Hypotheekbarometer

Verwachting 10-jarige rente

100
Stijgen
Dalen
Autoverzekering

Gemidd. premie deze week

  Laagste Hoogste
WA € 154 € 695
WA - Plus € 224 € 891
All - Risks € 358 € 1705
Beleggingsbarometer AEX

Lange termijn

Verkopen
550.00
Kopen
331.43
843.00
257.00

Enquête


Stel, uw nieuwe baan ligt 100 km verderop. Wat doet u met uw koophuis?

Verkopen 2% lager dan de buren
Verkopen 4% lager
Verkopen 6% lager
Verkopen 8% lager
Verkopen 10% lager
Verkopen >10% lager
Verhuren tegen huidige rentelasten
Wachten op betere woningmarkt

Pensioenleeftijd 67 straks zelfs te laag

Verzeker zelf pensioen op 65 jaar

Toen onder leiding van minister Drees in 1957 de AOW werd ingevoerd voor mensen boven de 65-jarige leeftijd, kostte het staatspensioen de overheid zo’n € 25.000,- per bejaard stel.  Dat was het totaalbedrag dat de overheid kwijt was aan man en vrouw tezamen vanaf het bereiken van de 65 jarige leeftijd tot aan de sterfteleeftijd van het paar. Anno 2009 is de overheid per stel vanaf 65 jaar tot het moment van overlijden meer dan een kwart miljoen euro kwijt. De enorme stijging wordt voor het grootste deel veroorzaakt  door het feit dat de Nederlander veel langer leeft, een tendens die nog doorgaat.

Bij de start van de Algemene Ouderdoms Wet moesten alle werkende mensen onder de 65 jaar ineens AOW-premie gaan betalen. Uit het totaalbedrag aan premie werden per direct de uitkeringen aan de bejaarden voldaan. Minister Drees werd door een groot deel van de bevolking op handen gedragen. Hij had voor vele generaties de zorgen voor de oude dag weggenomen en zijn partij, de PvdA, profiteerde daarvan tot diep in de zeventiger jaren. Ouderen werden plotseling financieel onafhankelijker, waardoor die financiële zorg ook bij de kinderen werd weggenomen. Iedereen blij. Nog tientallen jaren was de term ‘van Drees trekken’ in zwang.

“AOW-leeftijd straks 68 jaar”
In 1957 was de leeftijd waarop mensen gingen werken veel lager dan nu. Gaan werken op je 14e of 15e was geen uitzondering. In verhouding veel meer mensen dan nu betaalden mee aan de AOW en dan ook nog eens gedurende veel meer jaren Op dit moment betalen vier werkenden de AOW van één gepensioneerde.  Bij een ongewijzigd beleid, een ongewijzigde AOW-leeftijd en een steeds ouder wordende bevolking, zullen over 25 jaar slechts twee werkenden de AOW-uitkering van één oudere moeten betalen. 

Omdat dat onmogelijk is, moet of de AOW-uitkering omlaag of de AOW-leeftijd omhoog. Omdat de AOW-uitkering slechts een basisuitkering is, waarvan amper kan worden geleefd, is het logisch dat wordt gekeken naar de leeftijd waarop de AOW moet ingaan. Al sinds het begin van deze eeuw valt in politieke gesprekken de leeftijd van 67 jaar. Analytici, waaronder Lars Bovenberg, hoogleraar op Tilburgse Universiteit, menen dat die startleeftijd in de nabije toekomst al te laag zal blijken. Recent kwam uit zijn denktank zelfs de 68-jarige leeftijd bovendrijven. Voor dergelijke denkbeelden zal eerst echter de menselijke psyche nog jaren moeten worden gemasseerd.

Buurlanden al naar 67
Het is duidelijk: uitstel van de pensioengerechtigde leeftijd is op rekenkundige gronden onontkoombaar. Onze buurlanden Engeland en Duitsland hebben dat kennelijk allang door. Zij hebben de afgelopen jaren al besloten om de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog te brengen. De vakbonden in beide landen hebben daaraan meegewerkt.

In feite gaat het verplaatsen van de AOW-leeftijd daar heel langzaam. Per jaar wordt de de AOW-leeftijd slechts 1 maand verschoven. Dat betekent dat na 24 jaar pas de grens van 67 jaar wordt bereikt. In feite komt het erop neer dat de generatie die nu jonger is dan veertig jaar er zeker van kan zijn dat er tot 67-jarige leeftijd doorgewerkt zal moeten worden. Aannemende dat ons huidige kabinet de invoering van deze maatregel uitstelt tot het einde van de huidige kabinetsperiode (2011) zou kunnen worden vastgesteld dat pas in 2035 iedereen op 67 jaar met pensioen gaat.

Omslagpremie
De AOW-premie is een omslagpremie. Dat betekent dat de AOW-premie die alle werkenden dit jaar betalen direct ten goede komt aan alle mensen die dit jaar 65 jaar of ouder zijn.. Dat kost iedere werkende nu al 18 procent van het bruto inkomen. Zou de samenleving vasthouden aan AOW op 65-jarige leeftijd dan zal het deel AOW-premie binnen de belasting in 25 jaar tijd oplopen tot 35 procent van het salaris. In de afgelopen tien jaar is die premie stiekempjesweg al verhoogd van 11 procent naar 18 procent. In het jaar 2035, het jaar waarin de huidige 36-jarigen hun pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken, zal het aantal 65-plussers tweemaal zo groot zijn als in 2009, terwijl het aantal werkenden, dat de premie voor de pensioenuitkering zal moeten ophoesten, ongeveer gelijk blijft.

Agnes Jongerius kan hoog of laag springen, maar geen enkele Nederlander zal nog warme gevoelens voor haar krijgen als zij er de oorzaak van is dat straks meer dan een derde van het inkomen zal worden afgeroomd alleen maar ten gunste van niet werkende AOW-ers. Geen enkele Nederlander zal daar überhaupt mee instemmen. Uitstel van de AOW is dus een must om een massale emigratie van het Nederlandse volk naar financieel veiliger oorden te voorkomen.

Privé overbruggingspensioen
Mensen die desondanks op 65-jarige leeftijd met pensioen willen, kunnen dit alleen financieren middels een privé overbruggingspensioen. Volgens de huidige maatstaven (70% pensioen) dient daarvoor bij een modaal inkomen een aanvullend pensioenkapitaal te worden opgebouwd van circa € 48.000,- (70% van 2 jaar € 34.000,-)  te vermeerderen met de inflatie over het aantal jaren vanaf de huidige leeftijd tot 65-jarige leeftijd. Gerekend met 3 procent inflatie per jaar betekent dit voor iemand van 40-jarige leeftijd dat een bruto pensioenkapitaal van net iets meer dan € 100.000,- benodigd is.  Omdat slechts een netto inkomen behoeft te worden uitgekeerd, kan worden volstaan met pensioenkapitaal van circa € 70.000,-.

Een 40-jarige betaalt hiervoor een netto bedrag van circa 100,- per maand. Een 25-jarige moet rekening houden met meerdere jaren inflatie maar heeft ook meer jaren om het kapitaal op te bouwen. Bij een modale 25-jarige kost twee jaar overbruggingspensioen gedurende de periode tot 65-jarige leeftijd ongeveer € 50,- netto per maand. Deze berekeningen zijn gebaseerd op het historisch beleggingsrendement dat is berekend vanaf het jaar 1900. Nadere info en een exacte berekening op basis van het eigen inkomen en de eigen leeftijd kan eventueel worden aangevraagd middels de digitale antwoordkaart.

gg