Oppositie staat in zijn hemd
Nederlandse wederom beste zorgstelsel
Nederland heeft haar koppositie als land met het beste zorgstelsel weten te prolongeren. Het European Health Consumer Index (EHCI) waardeert met name het brede aanbod van zorg, het functioneren van zorgverzekeraars en de administratieve afhandeling van zorg. Een punt van aandacht zijn de in verhouding lange wachtlijsten. Al in 2005, toen Nederland eveneens de eerste plaats bekleedde, was dit een kritiekpunt. Voor het komende jaar heeft het kabinet plannen om fors te bezuinigen op de zorg. Het is dan ook de vraag of Nederland die eervolle positie kan behouden.
De organisatie die de rangorde opstelt laat zich bijzonder lovend uit over de zorg in Nederland. Naast het ruime zorgaanbod stelt het in een persbericht dat ‘Nederland al in een vroeg stadium is gestart met een zorgbenadering vanuit de patiënt en dat dit nu op diverse vlakken merkbaar is’. De hoge positie van het Nederlandse zorgstelsel is opmerkelijk omdat bij invoering nogal wat politieke tegen de stelselwijziging hebben geschopt. Ditzelfde stelsel blijkt nu voor onder andere de Amerikaanse president Obama een voorbeeld te zijn.
Estland grootste daler
Estland daalt met zeven plaatsen naar de 18de positie en is daarmee de grootste daler. Ondanks de daling laat het hekkensluiter Bulgarije (32ste) nog ver achter zich. Met name gezondheidszorg in landen met een minder stootbestendige economie maken een duikeling op de lijst. Bulgarije, Roemenie, Slowakije en Hongarije zijn daar voorbeelden van. De tweede plaats op de lijst wordt bezet door Denemarken, dat net als in 2008 Nederland in de nek hijgt.
Consument hecht waarde aan keuzevrijheid
Nederlanders vinden het belangrijk om een ruime en vrije keus te hebben wanneer zij zorg nodig hebben. Dit merken ook zorgverzekeraars die juist hun best doen om patiënten te koppelen aan zorgaanbieders waarmee de verzekeraars specifieke afspraken gemaakt hebben. Regionale verzekeraar De Friesland stopt bijvoorbeeld het experiment waarbij patiënten naar een beperkt aantal ziekenhuizen verwezen worden. Verzekerden die voor een behandeling naar een dergelijke voorkeursziekenhuis gaan, krijgen daarvoor als ‘beloning’ nu nog het eigen risico terug van de verzekeraar. Echter, deze financiële prikkel blijkt voor veel mensen niet op te wegen tegen de behandeling in een vertrouwd of nabij gelegen ziekenhuis.
Ook andere verzekeraars zoeken naar de juiste balans tussen keuzevrijheid voor patiënten en het besparen van kosten door de zorgkeus van verzekerden zo veel mogelijk te sturen. Wanneer de verzekeraar een te dwingende houding inneemt over de (locatie van) te verlenen zorg schrikt dit verzekerde af. Bij te veel vrijblijvendheid heeft de verzekeraar echter weinig grip op de keus van patiënten en is niet zeker of de gewenste kostenbesparingen daadwerkelijk gerealiseerd worden.
Zorg moet elf miljard euro goedkoper
In de nabije toekomst zal de druk op het besparen van kosten in de zorg alleen maar toenemen. Niet in de laatste plaats omdat het kabinet de kosten van huisartsen, ziekenhuizen en verpleeghuizen met ongeveer elf miljard euro terug wil brengen. De noodzaak van scherpe kostenafspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars stijgt daardoor. Daarbij zal de patiënt overtuigd moeten worden dat het door de verzekeraar aangeraden ziekenhuis qua zorg niet onderdoet voor een zelf te kiezen zorginstelling.
hdw








